“Ik heb meer tijd nodig.” Het is nu in zoveel jaren dat ik werk, de allereerste keer dat ik dit heb moeten aangeven. Omdat ik op het randje sta van een burn-out. Ik ben altijd een harde werker geweest. Iemand die het leuk vindt om te werken. Die afleiding zoekt in haar werk. Er nooit aan heeft gedacht om minder te werken. Ik werk 15 jaar lang inmiddels. Ik heb ook heel wat overgewerkt.
Ik vind werken gewoon leuk. Je draagt met je eigen verantwoordelijkheden je steentje bij binnen een organisatie en dat geeft voldoening. Zelfs toen ik met mijn duale opleiding eigenlijk 32 uur werkte, voelde ik mij al zo verantwoordelijk voor het werk dat ik op de studiedagen gewoon naar kantoor toe kwam.
Ambitieus
Toen ik zwanger was, kwam het niet in mij op om te denken aan minder werken. Ik ben altijd ambitieus geweest. Wilde altijd aan het werk zijn, mij verder ontwikkelen en verder komen in het leven. Toen Aasmaan geboren werd, dacht ik nog steeds niet aan minder dan 40 uur werken. Maar nu wel.
Inmiddels snap ik waarom het ouderschapsverlof er is. Nu snap ik ook waarom mensen het ouderschapsverlof inzetten. In mijn geval: meer tijd met Aasmaan doorbrengen. Meer leuke dingen doen. Meer van elkaar genieten.
Burn-out klachten
Ik zit momenteel tegen het randje aan van een burn-out. Ik loop over op het werk. Mijn enige leuke vooruitzicht is Aasmaan. Hij houdt mij staande. Hij is de reden dat ik lach, dat ik uit bed kom en de dag benut, dat ik nog wil zingen en dansen en gekke dingen wil doen. Maar zodra ik aan het werk ga, voel ik mij exact het tegenovergestelde. Er lijkt geen vooruitzicht.
Heel stom, want ik hou superveel van mijn werk. De uitdagingen die het biedt, het probleemoplossend werken, de collega’s en ook het werkgebied vind ik super leuk.
Mijn werk en mijn kracht
Ik vervul naast mijn huidige functie ook een andere rol. Die rol bevindt zich in een hogere functie waarvan er wordt aangegeven dat ik er niet klaar voor ben om die functie te bekleden. Ik probeer mij vanaf dat ik die rol heb, en dat is al 2,5 jaar, wel keihard te bewijzen. Door aan mijzelf te werken, door echt te handelen naar aanleiding van de feedback die mij wordt gegeven. Maar het is het ‘em steeds niet, hoor ik. Hiernaast gaat het werk gewoon door.
Het is veel werk. Daarom heb ik ook meer tijd nodig. Want extra handen heb ik niet. Ik wil ook iedereen helpen. Iedereen trekt aan mij, lijkt het wel. Logisch want ik heb toch wel een sturende rol en veel van mijn werkzaamheden hangen samen met die van anderen. Alles moet tegelijkertijd en nu meteen.
Ik trok het tot een maand of vier geleden, allemaal prima. Los van mijn concentratieproblemen die ik na mijn zwangerschap en corona hebt gekregen. Voorheen was ik een wandelende agenda. Ik had alle taken, afspraken, overleggen en ook belangrijk: alle regels in mijn hoofd. Dit was een van mijn krachten en hiermee bracht ik balans in het team.
Een samenloop van omstandigheden.
Recentelijk zijn er buiten mij om, werkzaamheden ingezet tijdens mijn verlof. Wel met de beste bedoelingen, maar ook kan er iets verkeerd uitpakken. Toen ik terugkwam, belandde ik daardoor in een grotere achterstand dan er al was. Ik moet de achterstand wegwerken, maar ook een heleboel voor de toekomende tijd voorbereiden.
Hiernaast moet ik de huidige werkzaamheden draaiende houden. Ik moet mensen aansturen en mijn rol als waarnemer die ik er al 2,5 jaar bij heb, ook waarmaken. Ik heb maar 2 handen. En de mensen die altijd iets van je nodig hebben omdat ze “anders niet verder komen met het werk”, zijn de mensen die jouw werk het meest onderschatten, heb ik het idee.
Iedereen denkt natuurlijk in zijn eigen belang (logisch en mens eigen) en het “werk van een ander” is altijd makkelijker en minder dan je eigen werk. Ik denk gelukkig niet zo, zo met mij velen ook niet. Maar helaas veel mensen ook wel. Op gegeven moment werd het teveel.
En laten we eerlijk wezen: iedereen heeft er last van: de ene keer thuis, de andere keer op werk. Soms tegelijkertijd. Want het is nooit het één of het ander. Het is altijd alles bij elkaar. Soms geeft het ene een nasleep op het andere. En dat kan dan allemaal ineens, zomaar van de ene op de andere dag, gaan landen. En dat is goed! Want het erkennen is al een stap in de goede richting.
Ik sta op het randje van een burn-out, ik moet op tijd aan de bel trekken. Als het al zover is dat je breekt, is de weg naar herstel veel langer, heb ik mij laten vertellen. Ik heb om hulp gevraagd op werk. Hierna zijn wij met zijn allen in gesprek gegaan en hiermee zijn er wat stappen gezet.
De praktijkondersteuner bij wie in in behandeling ben, vroeg mij wat ik leuk vind om te doen. Doe voor alles een stap terug, en ga leuke dingen doen. Wat zijn dat? Ik antwoordde met: “Twee dingen: mijn zoontje Aasmaan en leuke dingen met hem doen en bloggen.”
Dweilen met de kraan open.
Ik heb het geprobeerd naast het werk. De leuke dingen doen. Leuke dingen moeten altijd wachten tot in het weekend. Of tot ik een keer vrij neem. Doordeweeks is er altijd teveel werk en ga ik door. Te weinig tijd. Het komt nooit af. Er zijn achterstanden.
Ik dweil letterlijk met de kraan open en ik heb het gevoel dat degene die mij hulp moeten bieden, altijd het idee hebben gehad dat dit door mijzelf komt. Natuurlijk zal ik er een aandeel in hebben. Maar weet je, ik weet wel beter. Ik weet hoe het tot stand is gekomen en ik ga nu voor mijzelf kiezen.
Ouderschapsverlof.
Dus terugkomend op het begrip ouderschapsverlof. Ik ga een stap terug doen en mijn ouderschapsverlof inzetten. Op die dagen zet ik een stap terug en doe ik leuke dingen. Met mijn Aasmaantje samen en ook leuke dingen voor mezelf. En niemand anders kan het mij geven. Daarom geef het mijzelf. Dat verdien ik.

[…] opruimen, herordenen en organiseren tot het klopt. In mijn hoofd. Rust. Raar. Heeft het met mijn burn-out klachten te maken? Wie zal het […]